 |
Hinke Elgersma deed de modetak van de Academie Gerrit Rietveld. Om geld te verdienen ging ze vervolgens hoezen maken voor muziekinstrumenten. En dan niet van die kleine foudraaltjes voor blokfluiten, maar reuzenhoezen, maat clavecimbel en contrabas. Ze was daar kennelijk goed in, vertelt ze, want ze kon er jaren van leven. Met de instrumentenhoezen had ze al de overstap gemaakt van mode naar tassen. Daar om ging ze naar de academie voor lederbewerking in Den Bosch.
Drie kwaliteiten verheffen Elgersma's ontwerpen boven de alledaagse confectietas. Ten eerste zijn ze tot in de puntjes afgewerkt. Nette hoeken, goede ritsen, zijdezacht gevoerde binnenkanten. Ten tweede is Elgersma ijzersterk in het bedenken van slimme inrichtingen. Zakkenrollers hebben een lastige kluif aan het vinden van de ingang achter flappen en tussen ritsen. Portemonnees, mobiele telefoons en zakdoeken die direct voorhanden moeten zijn, vallen niet onbereikbaar onderin de tas, maar krijgen een plaats in speciale vakjes. Opmerkelijk is dat vrijwel elke tas eenmaal open meer bergruimte biedt dan je op het eerste gezicht zou zeggen. |